Als je de
Marmotte of een andere cyclosportieve wil gaan rijden moet je je goed
voorbereiden. In januari zul je al kilometers moeten maken om begin
juli op zijn
minst 4000 kilometer in de benen te hebben. Hieronder staat wat je het beste
kunt eten en drinken tijdens trainingen en op de dag zelf.
Er staat niet
beschreven hoe je kunt trainen voor een cyclosportieve.
Voeding
Natuurlijk
kun je La Marmotte uitrijden zonder op je voeding te letten. Maar een goed
eetpatroon verhoogt het effect van de training en maakt
dat het je gemakkelijker
afgaat tijdens de rit. In onderstaande hoofdstukken worden de belangrijkste
onderwerpen behandelt!
Voorbereiding van La Marmotte. De eerste maanden van het jaar zijn ideaal om het juiste
gewicht te krijgen en de vetverbranding tijdens
inspanning te stimuleren.
Trainingsperiode maart tot en met juni.
Train het eten op de fiets en stem je dagelijkse voeding af op het trainen.
Koolhydraten, water en een beetje zout. Wat kun je het beste eten tijdens
training en wedstrijd en waarom.
Paar
dagen voor de rit: stapelen?
Vergeet het bunkeren maar pas je voeding wel aan. Moet het percentage
koolhydraten omhoog de laatste dagen?
Tijdens
de rit: wedstrijdvoeding.
Wat eet een topper en een toerder tijdens de bewuste dag in juli?
Op de
alp en daarna: optimaal herstel.
Na de Marmotte wil je misschien het liefste neerploffen met een biertje en je
fiets (de eerste maanden)
in de wilgen hangen. Wacht daar heel even mee voor een
optimaal herstel.
Wanneer je persoonlijke begeleiding wilt in de maanden voor de Marmotte of andere cyclosportieve: www.voedingsadvies.info
Voorbereiding van La Marmotte.
Wat heb je
nodig om te kunnen klimmen? Allereerst een goede conditie. Daarnaast moet je
veel trainen op de fiets als je voldoende vermogen met je
bovenbenen wilt
leveren. Met een vermogen van 150 Watt een 5% steile berg op betekent een
snelheid van ongeveer 10 km/uur. Bij 10% is dit nog
maar 5 km/uur. Verder wordt
het eenvoudiger wanneer niet teveel nutteloos gewicht bergop gefietst hoeft te
worden. Voordat er geïnvesteerd
wordt in een licht fietsje is het verstandig
overbodige kilo’s lichaamsgewicht aan te pakken. Overbodig is vooral het teveel
aan lichaamsvet.
Op het vlakke kun je aardig meekomen met een bierbuik, bergop
wordt het moeilijker. Beenspieren zijn uiteraard nuttig maar de doorsnee
klimgeit
heeft geen breed torso. Om vet te verliezen moet je moeite doen,
spieren verlies je door ze niet te gebruiken!
Begin met afvallen in januari
Het is
echter onverstandig als je enkele weken voor La Marmotte nog die paar ‘pakken
suiker’ wilt verliezen. Je vertraagd het herstel door een
lagere inname van
energie en voedingsstoffen wat ten koste gaat van je gestelde trainingsarbeid.
Het verlagen van je vetpercentage is een
mooie doelstelling in de eerste maanden
van het jaar wanneer je rustig aan de opbouw werkt voor het nieuwe seizoen. De
rustige duurtrainingen
gaan goed samen met een wat lagere energie-inname.
Het is
moeilijk aan te geven hoeveel je precies moet eten. De benodigde energie voor
een mannelijke bouwvakker van 22 die overdag lichamelijk
zware arbeid verricht,
is veel hoger dan de energie die een secretaresse van 37 nodig heeft. De eerste
zal dan ook makkelijker gewicht verliezen
bij een paar eenvoudige maatregelen
zoals het laten staan van calorierijke tussendoortjes. Een goede richtlijn is
allereerst de ‘slechte’ zaken
te laten staan: taart, stroopwafels, chips, patat,
mars, bounty, etc.
Een
voorbeeld van een evenwichtige dagvoeding is de volgende:
Ontbijt:
magere yoghurt met muesli en fruit
Tussendoortje:
plak volkoren ontbijtkoek, volkorenbrood met mager beleg
Lunch:
sneden volkoren brood, dun besmeerd met bijvoorbeeld becel halvarine, niet te
dik belegd met rookvlees, rosbief, kipfilet,
smeerkaas of 30+ kaas. Afgewisseld
met jam, appelstroop of honing. Glas karnemelk of magere melk. Bakje rauwkost of
een tomaatje op brood.
Tussendoortje:
fruit en pakje evergreen of sultana's, sneden volkoren brood met appelstroop
Diner:
zilvervliesrijst, aardappelen, volkorenpasta, couscous of mie als
koolhydraatrijke basis. Beetje olie om te bereiden.
Paar opscheplepels groente,
125 gram mager vlees of vis (vette vis is ook goed)
Tussendoortje: paar volkoren biscuitjes of handje rozijnen, na een training yoghurt met muesli of brood met mager beleg.
Minus 500 kcal
Bewust
zijn de hoeveelheden brood, muesli en andere koolhydraatleveranciers niet
aangegeven omdat daar de verschillen zitten
voor de man van 22 en de vrouw van
37. De man kan aan 8 sneden brood nog niet genoeg hebben en de vrouw aan 4
teveel.
Doelstelling is dat je geen honger heb met deze voeding en dat je niet
meer dan een halve tot hele kilo gewicht per week verliest.
Bij meer dan een
kilo per week is er grote kans dat er spieren worden ‘opgegeten’ waardoor het
rustmetabolisme ongewenst omlaag gaat.
Wanneer je rustmetabolisme verlaagt zal
je tijdens rust minder energie verbruiken. Het kost je dan meer moeite om het
vetpercentage
omlaag te brengen. En wanneer je te weinig eet zal je
trainingsefficiëntie omlaag gaan. Niet alleen presteer je minder goed tijdens
de
training maar ook het herstel gaat langzamer. De beste manier om vet te
verliezen is om dagelijks ongeveer 500 kcal minder
te eten dan je verbruikt en
met name duurtraining te doen.
Vetverbranding
Spiercellen kunnen koolhydraten, vetten en eiwitten als brandstof gebruiken.
Vetten leveren het meeste energie: 9 Kcal per gram,
tegen 4 Kcal per gram voor
koolhydraten, maar de verbranding van vetten verloopt traag en vraagt veel
zuurstof. Eiwitten zijn
niet bedoeld als brandstof maar als bouwelementen. De
verbranding van eiwitten gaat dan ook uitermate inefficiënt.
Als je zo diep gaat
dat het lichaam ook eiwitten gaat verbranden, eet je jezelf als het ware op! Bij
inspanning haalt
je lichaam het liefst de benodigde energie uit koolhydraten die
gemakkelijk te verbranden zijn. Rustige duurtraining (op lage hartslag)
‘leert’
je lichaam ook energie uit vet te halen. Nuttig dus. Een optimale balans tussen
vet- en koolhydraatverbranding vormt de basis
voor je trainingsarbeid verder in
het seizoen. Deze balans slaat door naar koolhydraten bij intensieve training.
Bij rustige training
wordt er relatief een groter aandeel uit vet gehaald. Door
rustig te trainen verschuif je de balans naar meer vet, ook bij hogere
intensiteit.
Wat eet je en drink je op de fiets?
Water
Als
dorstlesser is water natuurlijk perfect. Het is smakeloos en reukloos waardoor
het niet snel gaat tegenstaan.
Water is gratis bij iedere benzinepomp of boer
bij te tanken en er is over het algemeen genoeg van. Er zitten ook enkele
nadelen aan.
Water is behoorlijk hypotoon. Dat wil zeggen dat de concentratie
van opgeloste deeltjes in je lichaam veel hoger is.
Hierdoor wordt de
maaglediging vertraagd. Water kan dus letterlijk gaan klotsen. Onderzoek bij
triatleten laat zien dat misselijkheid
en een opgeblazen gevoel langer duurt
wanneer er water gedronken wordt in plaats van dorstlesser. Dit is allemaal te
voorkomen
door per bidon een klein mespuntje keukenzout toe te voegen. Je voegt
zoveel zout toe dat je het net niet proeft. Hierdoor wordt het water
beter
geabsorbeerd en in het lichaam vastgehouden. Het opgenomen water ‘loopt’ niet
meteen door naar je blaas waardoor je niet om de
haverklap de struiken in moet. Je lichaam verliest namelijk tijdens de
inspanning door het zweten mineralen. De fijne zoutkorst
op je voorhoofd na de tocht is daar het bewijs van. Daardoor
raakt het lichaam in onbalans waardoor het lichaam nieuw water minder goed vast
houdt.
Een beetje zout in je bidon dus. Alleen hoe doe je dat wanneer je bij een
benzinepomp staat bij te tanken? Misschien is het een idee om
de kleine zakjes
zout uit de bedrijfskantine in je achterzakken te proppen. (dus niet het hele
zakje in je bidon!) Realiseer je alleen dat met water
alleen je niet langer kan
fietsen dan ongeveer 1 à 2 uur. Zorg voor reepjes, krentenbollen, gelletjes etc
om koolhydraten aan te vullen.
Dorstlessers
In de
handel zijn een hoop sportdranken te krijgen met allerlei smaakjes en spannende
toevoegingen. Deze sportdranken zijn te onderscheiden
in rehydratiedranken en
energiedranken. Een algemene richtlijn is dat tijdens het sporten er niet meer
dan 60-70 g per liter aan koolhydraten
in de drank mag zitten waardoor de meeste
energiedranken afvallen. Meer dan die 70 g/l bemoeilijkt de maaglediging,
vertraagt de absorptie
en kan dus tot maag- en darmklachten leiden.
Als we uitgaan van de gemiddelde dorstlesser dan bevat deze 60 g koolhydraten
per liter. Gaan we uit van een grote bidon per uur met dorstlesser
dan wordt er
dus 750 ml vocht ‘gerehydreert’ en 45 g koolhydraten opgenomen. Een aardig eind
op weg naar de maximale opname
van 60 tot 70 g koolhydraten per uur. In een
goede dorstlesser zit behalve een portie koolhydraten ook wat natrium
(keukenzout)
voor een betere absorptie. Alle andere toevoegingen zijn misschien
goed voor de moraal maar hebben hun nut nog niet bewezen.
Sportvoeding
Reepjes,
gels en energiedranken bevatten voornamelijk koolhydraten en wel in een hoge tot
zeer hoge concentratie. Op de verpakking
staat de voedingswaarde per 100 g
beschreven. Dit vraagt even omrekenen want de verpakking bevat vaak minder
grammen.
Vet en eiwitten maken een mueslireepje vaak lekkerder maar een reepje
met meer dan een paar grammen vet of eiwit per 100 g
is ongeschikt op de fiets.
De gels leveren snel opneembare vloeibare koolhydraten maar de concentratie
hiervan is nogal verschillend.
Let niet alleen op de hoeveelheid koolhydraten
maar ook op consistentie, smaak en gebruiksgemak van de verpakking. De ene gel
is
bijna vloeibaar, andere gels lijken op dikke zalf. Hoe je dat naar binnen
werkt moet je zeker even trainen. In ieder geval moet je er genoeg bij drinken!
Het voordeel van gels is dat je ze zonder kauwen door kunt slikken. De
verpakking zorgt, hoe goed bedacht ook, vaak voor wat geknoei
waardoor je handen
en daarna je stuur kunnen gaan plakken. Reepjes vergen vaak wat meer kauwwerk en
kunnen plakkerig zijn in de mond.
Behalve uitrekenen wat je per uur moet weg zien te krijgen (1000 ml water bij
warm weer, 750 ml bij koud weer, beetje zout en 60 g koolhydraten)
is het zinvol
om te kijken naar de soort koolhydraten. Koolhydraten zoals glucose, sacharose,
fructose en maltodextrine worden toegevoegd
aan sportdranken, gels en sommige
reepjes. Deze suikers worden snel opgenomen en verbrand. Fructose is hierop een
uitzondering.
Het wordt minder snel geabsorbeerd en geoxideerd waardoor het een
grotere kans geeft op maag- en darmklachten.
Maltodextrine heeft als voordeel
dat het minder zoet smaakt. Er zijn uiteraard alternatieven die goedkoper of
lekkerder gevonden worden zoals:
Bananen, gedroogd fruit, krentenbollen
Een banaan
levert 20 g koolhydraten. Op zich een prima koolhydraatleverancier die lekker
makkelijk weghapt. Nadeel is dat je bananen in de
achterzak al snel geprakt
worden.
Een krentenbol levert 26 g koolhydraten. Besmeren met appelstroop levert nog
eens 8 g koolhydraten en maakt het nog wat smeuïger.
Rozijnen levert per 100
gram 65 g koolhydraten. Rozijn kunnen wel voor maagdarmklachten zorgen door het
schilletjes.
Maar het is een goede koolhydratenleverancier, zeker als je het
afzet tegen de ‘good old’ pannenkoek die maar 27 g koolhydraten
per 100 g levert
en daarnaast nog moeilijk verteerbare vetten en eiwitten. Je kunt je
waarschijnlijk voorstellen dat je ‘halverwege’
in Valloire trek in wat anders
krijgt dan die zoete ‘zooi’ en dat je kiest voor een broodje kaas. Ook erg
lekker, maar met meer vet en
eiwit dan nodig is. Maar laten we het er maar op
houden dat het goed voor de moraal is.
Het
meest optimale tijdens de Marmotte?
Reken op een
liter isotone dorstlesser per uur als basis om vocht en koolhydraten aan te
vullen. Daarnaast kun je om een wee gevoel
in je maag te voorkomen, reepjes, gelletjes en koek eten om extra koolhydraten aan te vullen.
Maart tot en met juni
Na maart
zal de intensiteit van je training omhoog gaan. Om het maximale trainingseffect
te bereiken is het belangrijk dat je goed
drinkt tijdens en na de training.
Wanneer je langer dan een uur traint, is het ook belangrijk om koolhydraten aan
te vullen.
Direct na het starten moet je al beginnen met drinken en eten. De
beste manier om dat te doen is het drinken van een liter dorstlesser
per uur.
Een isotone dorstlesser met 60 gram koolhydraten per liter voorziet je van
koolhydraten en vocht op de meest efficiënte manier.
Na de training moet je vocht en koolhydraten verder aanvullen. (ongeveer 1 g
koolhydraten per lichaamsgewicht meteen na de training)
Begin daarom ook weer
met een bidon dorstlesser. Daarnaast moet je je eetpatroon ook afstemmen op de
training als je meer
dan 7 uur traint per week. Wielrenners moeten voor minstens
60 % van hun dagelijkse energie uit koolhydraten halen.
De eerder genoemde
voeding is daarvoor een mooie basis. Dit kun je aanvullen met dubbele
boterhammen, aardappels, pasta, rijst etc.
Het effect
van training is o.a. dat er meer koolhydraten, in de vorm van glycogeen, in je
spieren worden opgeslagen. Deze voorraad
glycogeen is echter na anderhalf, twee
uur op. Tijdens de Marmotte moet je dan ook koolhydraten aanvullen en is eten en
drinken
een absolute noodzaak. Een topper die voor ‘goud’ gaat zal alleen voor
het hoognodige willen stoppen (bijvullen bidons, een sanitaire stop).
Voor hem
of haar dus geen staand buffet in Valloire maar reepjes en zakjes op de rug.
Maar ook voor ‘de uitrijders’ is het slim om te weten
waar lekker op gefietst
wordt zonder maag- en darmproblemen. Overigens zorgt ook het niet eten voor
maag- en darmklachten.
Behalve het uitvinden welke koolhydraatvoorziening het
beste voor je is, moet je het eten op de fiets oefenen. Sommigen kunnen
prima
bergop een bidon leegdrinken of zelfs een droog biscuittje wegwerken. Voor de
meeste is dit echter niet weggelegd.
Naast het oefenen van eten en drinken
tijdens het fietsen is het belangrijk dat dit regelmatig gebeurt. Niet wachten
tot je dorst
of honger voelt. Er zijn mensen die iedere vijf minuten een
irritant piepje laten horen zodat ze weten dat ze weer een slokje
moeten nemen.
Reken ongeveer op ruim een bidon per uur voor een goede vochtvoorziening
(750-1000 ml per uur).
Aan de opname van koolhydraten zit een maximum. Het
lichaam neemt niet meer dan 60-70 g koolhydraten op per uur.
Zo kan je dus
eenvoudig berekenen wat je per uur naar binnen moet werken.
De laatste week
De week
voor de rit is het zaak om de laatste vermoeidheid van de training kwijt te
raken en de hoeveelheid opgeslagen glycogeen
in de spieren zo groot mogelijk te
maken. Vanaf vijf dagen voor de tocht kun je de hoeveelheid koolhydraten
verhogen tot 70 %
van de energie-inname. Dit betekent niet proppen maar het
vermijden van vet en niet al te veel eiwitrijke producten eten.
Dus brood met
appelstroop en jam, magere kaas, fruit, magere yoghurt met muesli, pasta met
magere tomatensaus, krentenbollen,
evergreens, ontbijtkoek etc. Proppen heeft
geen zin. Je traint nu minder en rust uit dus de energie-inname moet eigenlijk
lager zijn dan normaal.
Schrap dan ook vet en ga zeker niet meer eten dan
normaal. Teveel koolhydraten zet je om in vet en daar heb je op de bewuste dag
helemaal niks aan.
Vermijd de
laatste dag koolzuurhoudende dranken, uien, bonen en koolsoorten wanneer je snel
last hebt van je darmen. Neem niet al teveel risico’s
en ga daarom de paar dagen
voor de tocht in Frankrijk niet heel erg anders eten dan normaal. Dat zelfde
geldt voor het ontbijt de ochtend
van de tocht. Waarschijnlijk lichtelijk
nerveus zal het ontbijt wat je gewend bent het beste vallen. Yoghurt met muesli,
brood met jam
of appelstroop; hou het in ieder geval op een maaltijd met veel
koolhydraten en weinig vet en eiwit. Wees niet bang voor plaspauzes
en begin nu
al flink te drinken. Een tekort aan vocht tijdens de rit zal nog veel meer
vertragen.
Over de finish
Wanneer je
over de streep bent is het zaak zo snel mogelijk vocht bij te tanken. Maar een
biertje vertraagt het herstel. Bier mag dan water
en koolhydraten bevatten, toch
kan het op geen enkele manier de vocht- of energiebalans herstellen na een zware
inspanning. Door de alcohol
droogt het lichaam zelfs nog verder uit omdat
alcohol water onttrekt aan je lichaam. Bovendien vertraagt alcohol de aanvulling
van de
glycogeenvoorraad in je spieren. De verbranding van alcohol krijgt in het
lichaam namelijk de voorkeur. Alcohol wordt omgezet in warmte
of vet maar kan
niet als glycogeen worden opgeslagen. De glycogeenopslag wordt dus vertraagd.
En dat is jammer want de eerste uren na de inspanning is de aanvulling in de
spieren sneller dan enkele uren later. Onmiddellijk na de
tocht moet je dus
koolhydraten eten. Drink daarom direct na de toch weer een bidon met
dorstlesser. Zelfs als je de volgende dag
niet weer hoeft te presteren. Je voelt
je namelijk minder verrot als je snel herstelt.
Normaal
gesproken is het hongergevoel de eerste uren na zware inspanning onderdrukt.
Drinken is dan sowieso een goede keuze,
zeker om vocht aan te vullen. Zorg dus
dat er al een bidon klaar staat . Is dit niet mogelijk dan moet je een paar
bekers dorstlesser
drinken die boven op de alp d'huez zeker te krijgen zijn.
Zeker wanneer de vermoeidheid toeslaat of de concentratie minder wordt
omdat je
eindelijk goud hebt: laat je niet afleiden. Eerst een bidon en dan de rest.
De hoeveelheid koolhydraten van 1 gram per kilo lichaamsgewicht moet om de twee
uur weer herhaald worden tot 6 uur na de rit.
Er kan dan ook een maaltijd
gegeten worden wanneer je weer trek krijgt. Deze maaltijd moet vetarm en
koolhydraatrijk zijn:
yoghurt met muesli en banaan of pasta met tomatensaus.
Daarnaast moet je blijven drinken.
(Bij de finish waren er in 2002 en 2003
heerlijke borden pasta te krijgen).
Je hebt nu
in feite een zware touretappe gereden. Je kan je nauwelijks voorstellen dat de
mannen in de Tour de France morgen weer de fiets op
moeten. Uit studies blijkt
dat het 16 tot 20 uur kan duren voor de glycogeenvoorraad in de spier weer
helemaal op peil is. Zoveel tijd is er echter
niet in de tour en dit betekent
dat er speciale voedingsstrategieën nodig zijn om een volledige aanvulling te
krijgen. Meer koolhydraten nemen in
drankvorm geeft geen snellere aanvulling.
Ook toediening via een infuus geeft geen verbetering. Wat wel blijkt te helpen
is een koolhydraat-eiwit
mengsel in drankvorm (0,8 g KH plus o,3 g eiwit per kg
lichaamsgewicht per uur) Hierdoor wordt de hersteltijd met bijna 40 % verkort.
Het herstel
wordt dus duidelijk beïnvloed door de voeding. Voor een versneld
herstel kan er dus een koolhydraat-eiwit mengsel gegeten worden in de
verhouding
4:1 (of 8:3). De eiwitten zorgen dan voor een versnelde aanvulling van de
glycogeenvoorraad. Denk aan 4-5 sneden brood
met appelstroop en twee glazen
halfvolle melk of 3-4 ons gekookte pasta met een onsje tartaar en magere
tomatensaus.
Yneke Vocking
Voor vragen of verdere info:
www.voedingsadvies.info